Grenzeloos

Een viermans filmproject met als uitgangspunt het thema "grenzen". Na verschillende invalshoeken te hebben belicht werd besloten om het thema "overlast" en de grenzen daarvan te gaan gebruiken voor een filmproject.
Met dit thema konden we een goed op elkaar aansluitend geheel van persoonlijke visie’s rond dit onderwerp realiseren. Zo kregen we uiteindelijk grenzen van huiselijk geweld, licht en luchtvervuiling plus lawaaioverlast. Zeer intensief samengewerkt tijdens draaidagen en montageactiviteiten.

v.l.n.r. Eric Terreehorst, Akib Özaynaci, Marco Fulgheri, Toine Bakermans
Filmopnames in een kraakpand bij 8 graden vorst vraagt om radicale oplossingen.
Maar gelukkig konden er ook scenes in de warmte van de huiskamer worden opgenomen.
En eindelijk was het dan zover. Na maanden ploeteren kon alles in gereedheid worden gebracht voor de premiere
 

Voor deze gelegenheid was het dramalokaal van de academie tijdelijk omgebouwd tot filmzaal hetgeen de sfeer, door de zwarte gordijnen en zo, erg ten goede kwam. Premiere werd een groot succes en de film werd enthousiast ontvangen door iedereen.

 

......................................................................................................................................................

Het familieproject

De opdracht was "een toegepast kunstwerk" te maken waarbij een duidelijke verwijzing naar familiebanden zichtbaar moest zijn. Het proces richtte zich in deze op een functioneel gebruiksvriendelijk en esthetisch vormgegeven ontwerp waar iedereen het nut en gebruiksgemak van in kon zien. Een voorafgaand onderzoek leverde de informatie op dat rondslingerende rommel binnenshuis als grootste bron van irritatie wordt beschouwd binnen het gemiddelde huishouden.Onder rommel wordt dan verstaan de doorsnee hoeveelheid klein materiaal zoals autosleutels, gsm, rijbewijs, post, zonnebril, schaar, balpennen, enz..Die zaken die iedereen altijd kwijt is dus. Voor mij werd tevens duidelijk dat het gebruiksgemak van het ontwerp doorslaggevend zou zijn in het al dan niet slagen van dit project. Iets met een lade, of scharnierende deurtjes was daarom al geen enkele optie. Geheel naar de tijdgeest moest dit binnen het jachtige bestaan van vandaag passen en een plek veroveren binnen de doelgroep. In het voorbij lopen moet dus zonder veel gedoe een pen, schaar, of sleutelbos erop "gekwakt" kunnen worden zonder dat dit er gelijk weer afvalt. Ook een stevig glossymagazine of een stapel enveloppen moet in een handomdraai zijn plaats hierop vinden. Uiteindelijk viel de keus op een memobordachtige constructie van zwaar 2mm dik staal waaraan een goot is gewalst. Hierop gemonteerd zitten zware afbindrubbers die tijdschriften en andere grote dingen op hun plaats moeten houden. Ook dit is zo geconstrueerd dat met één hand in het voorbijgaan een stevig blad tussen de rubbers geduwd kan worden. Voor de lichtere dingen zoals enveloppen en memobriefjes voldoen een aantal losgeplaatste magneten. Het geheel is praktisch onverwoestbaar en nog geen dag buiten gebruik geweest waaruit geconcludeerd mag worden dat het ontwerp geslaagd is

Het memobord tijdens de eindpresentatie.

 

Het family memobord in gebruik.

 

......................................................................................................................................................

 

De "onzichtbare" stad

De stad , wat is de stad? Stad zonder inwoners is nog steeds een stad. Een lege stad. Een uitgestorven stad

Verwoeste stad, stad die verbrand is of vernietigd door natuurgeweld of oorlog.

Verdronken stad, in zee verdwenen of onder het slib door overstroming, maar nog steeds een stad.

Stad in aanbouw, toekomstige stad, dus al een stad.

Stad die verlaten is en waar niemand meer komt, een vergeten stad.

Stad zonder gebouwen of infrastructuur is geen stad, daar was of komt misschien een stad maar is nu een onzichtbare stad, in herinnering of in gedachten.

Een digitaal netwerk of één of andere organisatie binnen de gevestigde orde van een zichtbare stad maar voor een buitenstaander niet als zodanig herkenbaar en zodoende een onzichtbare stad

Onzichtbare stad, alleen voor de niet ingewijde buitenstaander als zodanig onzichtbaar.

Stad in de stad, subcultuur, zwerver, illigaal, verslaafde, crimineel,


Digicity
Hemelse stad
Verlaten stad
Ondergrondse stad

De stad als begrip


Objectief;

De stad ; een uitgebreid samenhangend geheel van huizen en gebouwen, langs straten grachten en pleinen.

De oude stad, de nieuwe stad, de binnenstad, de voorstad.

Handelsstad, havenstad, provinciestad, ,regeringsstad.
Industriestad, universiteitsstad, textielstad, museumstad,
kaasstad, vissersstad, jeneverstad, modestad.

Subjectief;

Een gezellige stad, een mooie stad, een stinkstad, een saaie stad, een fijne stad, een uitgaansstad, een vestigingsstad, een rotstad, een rommelige stad,
een winkelstad, een bruisende stad, een hippe stad.

De stad bestaat voor een belangrijk deel uit wat jij er in wilt zien en hoe je er zelf in existeert en daarom misschien voor een ander een onzichtbare of onbegrijpelijke stad.


Heroïnehoer en directiesecretaresse lopen beide op dezelfde stoeptegels maar in hun eigen stad.
Drugsbaron en hoogleraar rijden op hetzelfde asfalt
maar in hun eigen stad.
Collectant en Jehovagetuige lopen langs dezelfde deuren
maar in hun eigen stad.
Bejaarde man en schoolmeisje fietsen op hetzelfde fietspad
maar in hun eigen stad.

Uiteindelijk is de stad jou spiegel


......................................................................................................................................................

 

Over handen en grenzen

 

Over handen en grenzen

Minder slechte en hele slechte handen maar ook
Minder goede en hele goede handen.
Hele goede en minder slechte die soms normale dingen doen en hele slechte en minder goede die datzelfde doen. Af en toe. Of vaak. Maar slechte handen doen of vaak iets slechts en soms iets goeds of vaak iets goeds maar soms iets heel erg slechts en zijn daarom slecht. Waarom zijn goede handen vaak goed en soms slecht en niet altijd een beetje slecht en soms heel erg goed?
Weegt slecht zoveel zwaarder dan goed?
En waarom kan een beetje slecht en een beetje goed samen en heel goed met heel slecht niet?
En wat is goed en wat is slecht?
Soms doet goed heel erg slecht maar is dat toch goed.
Ook doet slecht soms goed wat dan nog slecht kan zijn.
Ook doet goed vaak goed maar is dat wel slecht.
Zo kan slecht ook weer slecht doen terwijl dat best goed is.

Goed-minder goed-minder slecht-slecht



 

......................................................................................................................................................

 

Mobiel en multifunctioneel wonen in glas, beton en staal

Het thema in dit derde semester is je leefomgeving thuis en wat dat voor gevoelens bij je oproept. Het is de bedoeling dat we ons bewuster worden van het gegeven dat onze leefomgeving niet zomaar is opgebouwd uit een verzameling toevalligheden. Bewust en soms onbewust zijn we bezig geweest met ordenen en rangschikken totdat het stond zoals het nu staat.
Soms lijkt de beperkende werking van de omgeving de regie te hebben gehad bij het inrichten maar dan nog heb je zelf uiteindelijk de beslissende keus gemaakt. Ook een partner gaat niet zonder enig overleg aan een ingrijpende verandering binnen de muren van het huis beginnen. In dat geval is het dus ook, zelfs bij een compromisbesluit, een eigen keus geweest hoe de uiteindelijke vorm eruit komt te zien.

Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar strak en overzichtelijk. Ik hou van licht, lucht en ruimte en vind dat hoofdzakelijk in ruimtes van glas, beton en staal. Belangrijk hierbij is dat alle vormen rondom de constructie worden afgekapt en niet er binnen in. Het idee van Rietveld toen hij zijn stoel en huis ontwierp. Eindeloos lijkende vormen en profielen die vanuit de ruimte samenkomen om die ene constructie te gaan vormen en waaruit vervolgens al het overbodige wordt verwijderd.
Een perfecte oplossing op woongebied in verband met de stijgende zeespiegel

 

.......................................................................................................................................................

 

Het menselijk lichaam

 

Vroeger en nu, een inspiratiebron voor de kunstenaar.
Meer dan een verzameling vlees en botten. Woning voor de ziel, door God geboetseerd uit aarde, of het resultaat van miljoenen jaren evolutie? Het schoonheidsideaal.
Mooi of lelijk , altijd kwetsbaar . Voortplanting door aantrekkingskracht. Blinden en doven mensen worden ook verliefd. Mooi is subjectief, schoonheid altijd tijdloos .

Yves Klein’s object in een andere primaire kleur afbeelden om het effect dáárvan te bekijken leefde allang bij mij.
Met de komst van Photoshop is experimenteren met, en onderzoek naar, beeldmateriaal eenvoudiger geworden.
Conclusie in dit geval; de torso in blauw, wat de meest wijkende kleur is blijkt voor mij althans het sterkst in de serie te staan, terwijl mijn verwachting eerder in tegenovergestelde richting ging.

Uitproberen van diverse outfits en analyseren om welke reden bepaalde gevoelens worden opgeroepen. Kun je er in een bloemetjespak behalve lief ook streng uitzien? Wat zegt de keuze van kleding over diegene die het aan heeft? Kledingkeuze zegt pas werkelijk iets over de drager ervan als deze er geheel uit vrije wil is ingestapt en er daardoor volkomen achterstaat . Zielig gestrompel op te hoge hakken en een ongelukkig gezicht versterken nu eenmaal niet de assertieve look die je ermee zou willen bereiken. Hetzelfde geldt voor een "bitch" in een degelijk jurkje. Hoewel dit op een andere manier weer spannend kan zijn strookt het niet met de algemene opvattingen omtrent een dergelijk kledingstuk. Mensen worden hierdoor op het verkeerde been gezet en het zaait verwarring. Lichaamstaal, kleding en persoonlijkheid lijken hiermee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar het is wel jouw buitenkant waarop gereageerd wordt en waardoor jij ook weer beïnvloed kan worden. Dus zou een kledingkeus iets aan je karakter kunnen veranderen. Een vorm van operante conditionering dus. Je ziet de mensen om je heen graag nog eens vol ontzag naar je kijken dus hijs je jezelf nog eens in een kledingstuk met strenge uitstraling waardoor je jezelf op een gegeven moment nog echt zelfverzekerder gaat voelen ook. In het leger weten ze dit al jaren natuurlijk, vandaar al die hoge petten en uniformen met strepen enz...Een generaal in een groen jogginpak komt misschien iets minder geloofwaardig over. Als je overigens de echte macht bezit maakt het weinig meer uit wat je aantrekt. Iedereen kent je toch al en men weet wat je bent. Als je dat extra gaat onderstrepen met een lawaaiuniform neemt je macht eerder af dan dat het toeneemt. Beelden van ex president Bill Clinton die in een eenvoudig windjack en nonchalante broek de Amerikaanse troepen inspecteert wordt er eerder indrukwekkender door. Zonder isignes en dergelijke laat hij daarmee zien al die poppenkast niet nodig te hebben. Een kenmerk van de ware macht dus. Kleding zegt dus altijd iets over diegene die erin zit.

 

Lief en ruig. Dezelfde dame in een andere outfit. Van engel tot bengel.

 

 

......................................................................................................................................................

 

Transformatie

Transformatie; “omvorming gedaanteverandering” volgens het woordenboek.’

 

Verschillende invalshoeken m.b.t. dit onderwerp heb ik vervolgens bestudeerd. De transformatie van jager-verzamelaar tot moderne consument bijvoorbeeld.
Of de vervorming van een materiaal door slijtage , gebruik of weersinvloeden zoals een gesmolten kaars of afgebladderde posters, maar ook een geroeste scheepswand. Allemaal vormen van transformatie.
Maar ook de omwenteling van een communistische samenleving naar een vrije markteconomie zoals in China en Oost-Europa gebeurt is kan beschouwd worden als een transformatie van formaat.

 

Door alle onderzoek en aandacht op externe voorbeelden te richten was ik bijna voorbijgegaan aan het meest persoonlijke voorbeeld van transformatie, namelijk, mijzelf. Vanuit een leven vol verkeer en industrie naar een beroep als leraar beeldende vorming, een groter verschil lijkt bijna niet denkbaar. Alleen hoe dit vorm te geven?

Teruggrijpen op vaardigheden die ik al lange tijd bezit zoals schilderen of fotograferen leken mij te voor de hand liggend.Als logisch vervolg op de eerder dit jaar nieuw opgedane ervaring met Première van Adobe leek mij het maken van een film daarom het aangewezen medium. Hierin viel nog veel te leren en ontdekken tenslotte. Ook kon ik hiermee beter mijn verhaal tot uitdrukking brengen dan met een andere techniek.

Vraag die daarna kwam was hoe, en waaruit ,de film opgebouwd moest worden. Eén lange speelfilm met een plot verplicht de kijker tot een uitzitten ervan. Een soort bewegend behang zonder begin of eind maar wel met een continue boodschap laat een toeschouwer vrij in de tijd die hij eraan wil spenderen.
Daar het hier om de transformatie van één persoon gaat tijdens twee verschillende perioden uit zijn leven stond vanaf het begin voor mij vast dat ik dit gescheiden zou presenteren. Nog lastiger werd het omdat ik de eerste periode ook weer in drie delen had opgesplitst. Dit was noodzakelijk omdat het hier om drie fundamenteel andere kwesties ging hoewel ze zich tegelijkertijd hebben afgespeeld. Uit de inmiddels ruim 100 gigabite ruw filmmateriaal moest ik vervolgens alle scènes en fragmenten indexeren om niet het overzicht te verliezen.
Na toepassing van de“verzamelingen”methode kreeg ik een reëel beeld hoe ik de scènes onderling kon verdelen.
Eén film bestaande uit drie korte in elkaar overlopende delen tw; het verkeer, havens en fabrieken, en mensenmassa’s, waarbij het geheel vervreemdend zou worden gemaakt dmv diverse effecten. Dit laatste om de kijker een duidelijk beeld te geven hoe de bewuste perioden door mij destijds beleefd zijn.
De tweede film zou een aaneenschakeling te zien geven van beelden over het leven zoals ik dat nu leef en dat zich voornamelijk in musea en scholen afspeelt.
Mobiliseren en inschakelen van veel personen was hierbij onvermijdelijk gebleken.
De gehanteerde methode om eerst zoveel mogelijk beelden te verzamelen die naar behoeve toegepast konden worden tijdens de montage is mij erg goed bevallen. Het filmen is dan immers gedaan en alle aandacht kan op de montage gericht worden.
Valkuil bij het monteren is de neiging om scènes waar veel moeite voor gedaan is langer dan noodzakelijk in beeld te brengen.
Als laatste probleem deed zich de kwestie van het presenteren voor. Hoe vertoon je twee films tegelijkertijd zonder dat ze elkaar storen, maar wel zo, dat duidelijk is dat ze met elkaar te maken hebben?
Na proefopstellingen en uitproberen kwam ik tot de oplossing om de film over het “oude” leven op een klein scherm te vertonen met een koptelefoon onder handbereik en het “nieuwe leven “ op een groot scherm daarachter. Alle twee de films kunnen zo tegelijk bekeken worden zonder geluidsvermenging en het bindende element is duidelijk zichtbaar.