Joep van Lieshout 1963

 

Mijn onderzoek naar en persoonlijke mening over, het werk van Joep van Lieshout.

Joep van Lieshout is hoofdzakelijk bekend geworden door zijn polyester sculpturen en gebruiksvoorwerpen die wereldwijd gretig aftrek vinden bij musea en kunstverzamelaars.
Veel van de meestal manshoge objecten zijn echter evenveel in de publieke ruimte terug te vinden zoals op pleinen en bij kantoren van overheidsinstellingen of scholen.
Ook de eveneens van polyester vervaardigde uitstulpende bouwsels die aan ieder willekeurig gebouw bevestigd kunnen worden ter uitbreiding van de ruimte zijn inmiddels overbekend. In dit licht bezien zouden we zijn werk kunnen rangschikken onder toegepaste kunst, maar evengoed onder conceptuele kunst omdat hij door zijn sculpturen mensen wil prikkelen door ze te laten nadenken over en anders te laten kijken naar de wereld om hun heen.
Een van opmerkelijkste wapenfeiten in dit kader was de oprichting van een vrijstaat in het Rotterdams havenkwartier. Geheel self-supporting zou deze ministaat een autonome staat binnen de gemeentegrenzen van de stad moeten vormen, met eigen voedselvoorziening, wetgeving enz.. Een grote fabriek of raffinaderij doet eigenlijk hetzelfde. Met eigen huisregels en bewakingsmedewerkers vormt een dergelijk bedrijf ook een staat in de staat. Dat e.e.a. op het Rotterdamse stadhuis met argusogen werd bekeken zal niemand verbazen en dat men er uiteindelijk met de burgerlijke regels waar van Lieshout zich nu juist aan wilde onttrekken een punt achter zette nog minder. Brandveiligheidvergunningen, dreigen met afsluiten van water en stroom, op alle juridische slakken zout leggen door ambtenaren deden het project uiteindelijk de das om.
Overgebleven is nu een immense werkruimte waar objecten en sculpturen door veel in opdracht werkende kunstenaars worden gefabriceerd onder het toeziend oog van Joep van Lieshout.
Even spraakmakend is het in 2006 gestarte Slave-City project waar in museum Boymans van Beuningen destijds een uitgebreide expositie aan werd gewijd.
Te zien waren hier maquettes en plattegronden van woonwerk units bestemd voor ongeveer 200.000 werknemers die zich voornamelijk met call-center en helpdesk activiteiten moesten gaan bezighouden. Acht uur per dag, dagen per week in een moordend ploegensysteem. De eenmalige investering van 770 miljoen Euro zou door de jaarwinst van 7,5 miljard snel terugverdiend zijn. Voorzien van ook weer eigen opleidingsinstituten, voedsel en energie voorziening zouden deze moderne slavenkampen geheel op zichzelf kunnen overleven. De tentoonstelling liet een goed doordacht en tot in detail uitgewerkt business plan zien waarin niets aan toeval werd overgelaten. Bij een groot deel van het publiek stuitte dit plan net als bij de vrijstaat destijds op veel onbegrip. De vraag of van Lieshout nu gek dan wel machtswellusteling of een combinatie hiervan zou zijn geworden drong zich bij menigeen op en droeg blijkbaar niet bij aan meer begrip voor deze kunstenaar.
Dat er wel eens een totaal andere bedoeling aan deze kunst ten grondslag zou kunnen liggen dan zo op het eerste gezicht waargenomen kan worden, hoor of zie ik weinig over in de media en dat komt niet in de laatste plaats door van Lieshout zelf. Als hij dan een keer de gelegenheid krijgt om in het programma Zomergasten aan Joris Luyendijk uit te leggen wat hem zoal beweegt dan hult verbergt hij zich achter een façade van wat onnozel grijnzen en vage bewoordingen waar de gemiddelde kijker dus niets verder mee komt. Rest ons dan alleen nog de mogelijkheid om zelf een conclusie te trekken en misschien is dat nu juist de bedoeling van Van Lieshout.

Mijn mening over het project “Slave-City” van Joep van Lieshout.

Het bouwen van een modern slavenkamp is wat mij betreft in die zin niet serieus te nemen dat ik nooit heb kunnen geloven dat van Lieshout iets dergelijks voor eigen gewin zou willen realiseren of sowieso achter zo,n idee zou staan. Hier moet een andere gedachte achter zitten en zo wil ik het ook zien en geloven anders is Van Lieshout dus inderdaad de idioot zoals velen hem zien. Dat Van Lieshout een uitgekookte zakenman is en zijn eigen p.r. uitstekend weet vorm te geven kan moeilijk als iets negatiefs worden gezien en valt evenmin te ontkennen. Andy Warhol deed 40 jaar geleden hetzelfde met zijn Factory waardoor de beeldende kunst alleen maar meer aandacht heeft gekregen.
Zoals Van Lieshout met zijn uitstulpingen en aanhangsels aan gebouwen mijn inziens inspeelt op het chronisch ruimte en privacy tekort op dit moment zo brengt hij met Slave-City de waanzin van de structuur in onze huidige maatschappij onder ogen. Het verschil met “zijn “slaven en de doorsnee kantoormedewerker op een verzekeringskantoor of bankgebouw is nihil en de overeenkomst meer dan duidelijk.
Gebukt onder moordende concurrentie tussen collega’s en dreigende kwartaalcijfers sleept deze vrijwillige slaaf zich iedere dag weer van zijn Vinexwoning met tophypotheek en studerende kinderen plus geldverspillende vrouw naar het commerciële centrum van de stad om zich weer uit de naad te gaan werken. In de file, werken, lunchen met collega’s, werken, weer file, eten, televisie kijken, soms neuken en anders gelijk slapen plus de volgende dag weer het hele verhaal opnieuw.
Verantwoorde sociale contacten met de jongens van de zaak, potje zaalvoetbal, naar de hoeren met een goeie klant, en op zaterdag langs de lijn op het hockeyveld waar dochterlief zich met tegenzin heen laat sleuren. Pianoles en familiebezoek daarna, vervolgens weer een nieuwe week. Dit alles ter meerdere glorie van het vrije marktsysteem en diegenen die daar de winsten van plukken. Ook de winst op de van het salaris aangeschafte goederen komen weer direct ten goede aan hetzelfde systeem. Helemaal duidelijk wordt dit met te verdienen bonuspunten bij het behalen van targets en die ingewisseld kunnen worden tegen diensten of producten uit het bedrijf waar men werkzaam is. Werknemers die om promotie te kunnen maken voor de keus gesteld worden om zich volledig voor de firma in te zetten waarbij het gezins en privé leven ondergeschikt worden verklaart aan de belangen van het bedrijf. Dit is geen sciencefiction maar voor velen bittere realiteit. De overeenkomst met Slave-City van Van lieshout wordt alleen maar beter zichtbaar en het is volgens mij ook de enige en juiste manier om dit werk te beoordelen.

Waarom en hoe hier een les aan te wijden?

Als onderdeel van een lesprogramma moet het volgens mij zondermeer mogelijk zijn om leerlingen vanaf havo-4 met dit project van Van Lieshout te confronteren en er een opdracht aan te verbinden. Gewapend met een digitale camera zou ik de leerlingen op pad sturen om hun kijk op slaafse werksituaties te laten vastleggen. De nadruk zou ik dan willen zien liggen op het zich zonder perspectief moeten inspannen voor een schijnbaar nutteloze maar andermans kapitaal vermeerderende bezigheid. Het werken in een kantoortuin zonder ruimte voor eigen initiatief of mogelijkheid tot zelfontplooiing bijvoorbeeld. Of de machinist van een containerkraan in de haven die in een vijfploegen continudienst routinematig 9 uur per dag honderden containers, alleen in kleur onderling verschillend, van het ene punt naar het andere verzet. En zo zijn er nog talloze voorbeelden. Na afloop moeten de leerlingen hun werk dan uitlezen op de pc. waarna de hele serie klassikaal beken en becommentarieerd kan worden. Hieruit kun je dan als docent het gevoel voor maatschappelijk geëngageerd zijn meten bij de leerlingen en of de thematiek al dan niet begrepen is. Ook krijg je inzicht in compositiegevoel, camerabeheersing enz..