Meer weten over kleur, pigment en verf.
door Eric Terreehorst

inleiding

Dit wordt geen opsomming van schilderweetjes die je toch al overal tegenkomt, maar meer wat aandacht voor juist die zaken die naar mijn idee te vaak onbelicht blijven. Dus geen tips over het opzetten van een portretje of landschap. Ook geen compositie of gulden snede theorie, want daar valt al genoeg over te lezen. Dit zijn gewoon een aantal nuttige wenken en tips opgedaan uit eigen ervaring en waarmee ik nu dus anderen hoop een dienst te bewijzen door ze te publiceren. Het uitgangspunt hierbij was om het voor iedereen leesbaar en begrijpelijk te houden. Dus geen scheikundig onderbouwde verfanalyserapportage of zoiets. Wel een paar waardevolle tips over zaken die ik nog veel te veel fout zie gaan bij het schilderen en wat daar mee samenhangt. Fouten die simpel te voorkomen zijn en meestal uit een soort onkunde gepleegd worden. Dit is dan mijn kleine bescheiden bijdrage om de eeuwenoude schildertraditie van de lage landen in ere te houden. Ik beperk mij verder tot de twee meestgebruikte verfsoorten van dit moment t.w. acryl en olieverf. Veel plezier ermee en nog vele gezonde "schilder"jaren toegewenst. Eric Terreehorst

 

Verf is simpelgezegd niets meer of minder dan een verzameling pigmentdeeltjes die door een bindmiddel bijeen worden gehouden. Pigmentdeeltjes die aan elkaar worden geplakt d.m.v. lijnolie leveren de aloude olieverf op en dezelfde pigmentdeeltjes die door een acrylemulsie bijeengehouden worden resulteren in een acrylverf. Olieverf los je op in en verdun je met terpentijn. Terpentine gebruik je alleen om je materiaal mee te reinigen en niet om mee te schilderen. Acryl, wat een synthetisch product is, verdun je met water of een speciaal medium waarmee je dan tevens invloed uit kunt oefenen op de glansgraad en droogtijd van je verf. Een veelgemaakte fout is het overigens om te denken dat acryl door zijn waterverdunbare karakter ook gelijk milieuvriendelijk zou zijn. Dit is niet zo!. Om een acryldispersie te maken is een grote hoeveelheid giftige en schadelijke stoffen nodig die pas nadat ze zijn samengevoegd het tamelijk onschuldige acryl vormen. Helemaal onschuldig is het dan nog steeds niet en wat je in de gootsteen kiepert na het schilderen is in feite vloeibaar plastic. Hier zijn ze bij de waterzuivering echt niet blij mee en het breekt ook niet vanzelf af in de natuur. In principe is met olieverf, waarvan de naam het tegenovergestelde doet vermoeden, veel milieuvriendelijker te werken. Het woord OLIE is sowieso al misleidend omdat het hier een puur plantaardig product betreft en geen aardoliedistillaat. De terpentine is dat wel maar die kieper je dan ook niet door het afvoerputje. Je spoelt je kwasten na het werk uit in een pot terpentine en als dit na een tijdje troebel wordt giet je het bovenste en schone deel van je pot ( het pigment en bezinksel zakt bij olieverf altijd naar de bodem) over in een andere pot. Het bezinksel wat je over hebt kun je gewoon met een prop papier weghalen en je hebt weer een schone pot. Op deze manier is je oplosmiddel vele malen te hergebruiken. Uiteindelijk kun je het na lange tijd bij het chemisch afval inleveren. Ikzelf spaar alle resten hiervoor op in een jerrycan van 20 liter.. Omdat ik over dit onderwerp nog maar weinig heb kunnen vinden achtte ik het mijn plicht om dit eens onder de aandacht te brengen. Het valt mij trouwens al een aantal jaren op dat er weer steeds meer werk in olieverf verschijnt zowel in galeries als op kunstbeurzen. Op grond hiervan denk ik de conclusie te mogen trekken dat er een hernieuwde belangstelling aan het ontstaan is voor dit eeuwenoude medium en dat zal niet in de laatste plaats komen door het superieure verwerkbaarheidsgemak ervan. Olieverf laat zich tenslotte subliem verwerken bij nat in nat technieken, glaceren en eventueel corrigeren. Acryl valt tenslotte alleen maar over te schilderen of eenmaal droog met een schuurmachine te verwijderen als er iets veranderd moet worden. Olieverf laat zich veel langer manipuleren en dat is bij grote oppervlakken of verlooptinten maken door nat in nat te mengen te verkiezen boven het snel drogende acryl. Zelfs de droogtijdvertragers die voor acryl in de handel zijn gebracht brengen hier weinig verandering in. Mij persoonlijk zijn die retarders zoals ze dan heten erg tegengevallen. Ook leveren ze ongewenste neveneffecten op zoals glansverhoging en verlies aan dekkracht.

De ene kleur is de andere niet ook al dragen ze dezelfde naam. Hetzelfde geldt voor het bindmiddel dat de pigmentdeeltjes onderling verbindt en onder andere verantwoordelijk is voor de levensduur van je verflaag. Een goedkope studieverf heeft nu eenmaal een verschil in kwaliteit ten opzichte van een professionele verf.. Het verschil zit dus in de kwaliteit van het pigment, het bindmiddel en of het een pure kleur betreft of een imitatie. Een duur pigment zoals kobaltblauw (pb28) wordt ontzettend veel geïmiteerd door het veel goedkopere ultramarijnblauw te mengen met wit. Dit zie je dan terug op de verpakking als pb29/pw6. Ultramarijnblauw is pigment blauw 29 en titaanwit pigment wit 6. Zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen. De betrer verfsoorten herken je verder aan een onderling prijsverschil per kleur. Een goedkoop te produceren aardetintje is dan uiteraard goedkoper dan een cobalt of cadmium kleur. Bij de studie en oefenverf hebben de kleuren onderling meestal geen prijsverschillen omdat de kosten toch bij alle kleuren gelijk liggen. Er worden hierbij hoofdzakelijk imitatiekleuren en mengseltjes gebruikt maar wel met dezelfde namen als de echte en dus dure pigmenten. Je zult dus zelf de codering moeten leren ontcijferen om er zeker van te zijn wat je koopt. Dit lijkt overigens moeilijker dan het is. De meest simpele folder is namelijk voorzien van deze coderingen en op de tube of fles is dit verplicht en wijst het zichzelf. Zo is een echte cadmiumgeel te herkennen aan py35 of py37 (py is pigment yellow) en een imitatie py3/pw6, ofwel het goedkope hansageel gemengd met wit om het dekkend te krijgen. De verhouding pigment – bindmiddel zal bij een dure verf doorslaan naar zoveel mogelijk pigment per maateenheid verf en bij een goedkope verf andersom. Het bindmiddel, dat onmisbaar is om een verwerkbare verf te krijgen, verschilt in samenstelling ook nog eens enorm van kwaliteit tussen de goedkope en dure verfsoorten. Een goedkoop bindmiddel kan het werk eerder doen vergelen, of de verf lastig te verwerken maken zodat meerdere malen hetzelfde overgedaan moet worden voor een redelijk resultaat. Bij een professionele verf bereik je dit vaak veel eerder en met minder materiaalverspilling. De vraag is dan of goedkoop wel echt goedkoop is. Natuurlijk ga je niet met de allerduurste verf staan oefenen op een stuk papier, maar gek genoeg had ik bij veel werk dat ik als studie bedoeld had achteraf spijt dit niet direct met professionle verf op goed linnen te hebben geschilderd. Het eindresultaat was dan gewoon beter gelukt dan ik had durven hopen alleen kon ik dit met goed fatsoen aan niemand verkopen omdat ik niet garant kon staan voor de kleurechtheid van het werk. Zo zie je maar.
Wie een beetje basiskennis kleurenleer bezit weet dat je met twee maal drie primaire kleuren plus een aardetintje of drie en uiteraard wit voldoende in huis hebt om bijna alles te kunnen schilderen. De meeste impressionisten uit de vorige eeuw hadden vaak niet meer dan een kleurtje of tien bij zich en konden zich daar uitstekend mee redden. Neem een citroengeel en een warm cadmiumgeel een kraplakrood en een warmrood, plus een ultramarijnblauw en een phthaloblauw en je hebt bijna genoeg voor een volledige kleurencirkel. Koop voor de zekerheid nog een kobaltblauw en je bent kompleet klaar. Hiermee is bijna alles te mengen. De meeste kleuren uit tube of pot zijn vanuit deze kleuren gemengd en samengesteld. Er bestaat geen lentegroen of vleeskleur pigment. Dit zijn allemaal mengseltjes voor de hobby of zondagschilder die niet zo trefzeker is met zelf mengen. Verder neemt bij teveel door elkaar mengen de lichtechtheid af. Ga je dus één van de fantasiekleuren (wat al een mengsel is) vervolgens nog eens door een andere fantasiekleur mengen zoals dennengroen met olijfgroen of een imitatie napelsgeel dan hou je helemaal een modderig zwak mengseltje over. Probeer ook het gebruik van zwart te vermijden om bijvoobeeld een kleur donker te maken. Beter is het om dan de complementaire kleur van een kleur te gebruiken. Om geel donker te maken maar niet vies meng je violet bij. Het geel krijgt dan een donkere warme okergloed. Met zwart krijg je een vies olijfgroenige substantie. Soms handig, maar niet altijd. Blauw meng je met gebrande omber of sienna om een schitterend diepdonkerblauw te krijgen. Rood meng je op met een donkergroen monopigment zoals phthalogroen om een donkerrood te krijgen. En zo valt er veel te leren en ontdekken. Probeer zoveel mogelijk met monopigmenten en dus echte kleuren te werken om de kleuren helder en zuiver te houden. Dit verhaal geldt voor zowel olie als acrylverf.

Probeer verder je materiaal schoon en netjes te houden. Een berg aangekoekte en afgekloven penselen staat misschien wel artistiek maar het komt de kwaliteit van je werk echt niet ten goede. Ook een stel opengebarsten tubes die vanuit het midden zijn platgeknepen en met de dop er scheef opgedraaid bezorgen je echt geen academiestatus. Zelfs een abstract-expressionist als Willem de Kooning hield zijn spullen in orde en dat zie je aan zijn werk af. Penselen die je voor olieverf hebt gebruikt spoel je uit in terpentine en daarna onder de warme kraan met afwasmiddel. Doe dit voorzichtig in een handwarm sopje. Dit doe je pas aan het eind van een schildersessie. Tussendoor bij het pauzeren volstaat het als je de penselen even afdekt onder een vochtige doek terpentine .Olieverf droogt nu eenmaal langzaam. Aan het eind moeten ze dus wel worden schoongemaakt. Zet ze daarna weg in een glazen pot met de haren omhoog. Voor acryl gebruik ik in principe alleen penselen die ik voor olie niet meer gebruik. Oude penselen dus. Acryl vreet letterlijk penselen, vooral de dunne uit de serie dubbel 0 tot 2. Tijdens het schilderen moet je ze constant schoon houden en met water uit spoelen. Eenmaal opgedroogd kun je ze weggooien. Verf zuigt zich door de capilaire werking van de ruimte tussen de haren in de schacht van het penseel en de haren gaan daardoor wijd uiteenstaan. Hierna heb je dan wel een leuk fantasiepenseel maar je kunt er weinig meer mee. Een beetje kwaliteits-penseel kun je letterlijk in tien minuten vergallen door er ondeskundig mee om te springen. Hetzelfde geld voor je mooie tubes verf. Je zult eindelijk je felbegeerde tube cerulean blue uit de duurste prijsklasse aangeschaft hebben en een halve gare draait de dop er scheef voor je op zonder dat jij het ziet. Of iemand pakt je dure tube in het midden beet om vervolgens het muurvast zittende dopje eraf te willen draaien. Tube wordt een soort wokkel, barst open en je zit met een schade van meer dan 100 euro. Alle dopjes en schroefdraad schoon houden dus en als er toch een vast komt te zitten na lange tijd gewoon even met de dop in het hete water zetten. De dop zet dan uit en je draait hem dan gemakkelijk los.

 

Je werk voorbereiden, ondergrond prepareren en afwerken met vernis zijn zo een aantal zaken waar ook de wildste theorieën over de ronde doen. Zo zou een werk in acryl niet gevernist hoeven te worden en schijnt een olieverfdoek het snelst over een acryl onderschildering opgezet te kunnen worden omdat dit zo lekker snel droog zodat je vlug met je volgende laag kunt beginnen.Ook het te snel vernissen van een olieverfwerk schijnt craquelé tot gevolg te hebben. Alsof dat het ergste zou zijn Hoewel niet altijd helemaal onwaar wil ik hier toch wat kanttekeningen bij plaatsen. Voor het gemak ga ik uit van universeel geprepareerde ondergronden waarop zowel met acryl als met olieverf geschilderd kan worden. De meeste kant en klare doeken zijn universeel geprepareerd. De meeste schilders weten dat je een wat ingewikkelder werk in olie al snel in lagen opzet. Hierbij begin je met een schraal en in terpentijn ( geen terpentine) verdund mengsel een onderschildering op te zetten. Dit laat je vervolgens een week drogen voordat je met de volgende laag verder gaat die al minder terpentijn bevat. De steeds weer volgende lagen worden steeds minder schraal en dus vetter gemaakt door toevoeging van medium. zo bouw je langzaam laag voor laag een schilderij op. Eenmaal klaar is het belangrijk dat het werk voldoende tijd krijgt om te drogen voordat met vernissen wordt begonnen. En nu komt het " DROOGTIJD VAN EEN OLIEVERFSCHILDERIJ IS ÉÉN JAAR" Te vaak wordt er gedacht dat het na twee maanden ook wel kan of soms nog wel eerder. Op het eerste gezicht zul je er weinig van merken maar als er jaren later iemand jouw werk belangrijk genoeg acht om het maar eens van een nieuwe vernislaag te voorzien beginnen de problemen. Dat gaat dan namelijk niet zonder het schilderij te verwoesten. De nog veel te verse verflaag werd destijds te snel van de buitenlucht afgesloten door de vernislaag en heeft daardoor niet meer kunnen drogen maar is hiermee één geheel gaan vormen. Vernis en verf zijn nu niet meer van elkaar te scheiden en dat is lastig als je een vuilgerookt werk wilt restaureren. Op de foto hieronder is te zien hoe ik een oud familiestuk van een vriend al voor de helft van zijn vuile vernis heb ontdaan zonder de afbeelding aan te tasten. De betreffende kunstenaar had tenminste de moeite genomen om zijn werk naar behoren af te werken zonder zich daarbiij te haasten. En zo hoort het ook. Ik heb "kunstenaars"olieverfschilderijen aan particulieren en kunstuitleen instellingen zien verkopen voor erg veel geld die nog geen kwartaal daarvoor waren geschilderd en al een maand waren gevernist. Op zo.n moment sta je dus echt de kluit te belazeren, zeker als je dan reageert met een opmerking als "maak ik toch niet meer mee als mijn werk gerestaureerd wordt" Het schilderij moet helemaal door en door droog zijn zodat zelfs een poetsbeurt met een lap terpentine er geen vat meer op heeft. Dan pas gaan we vernissen.

Voor acryl geldt dit in veel mindere mate. Afhankelijk van de laagdikte moet ook hier rekening worden gehouden met een droogtijd van enkele weken. Acryl droogt doordat de waterbestanddelen uit de verf verdampen en de acrylmoleculen zich aan elkaar gaan hechten tot één vaste keten. Dit gebeurt overigens verticaal ten opzichte van het verfoppervlak en met een sterke capillaire werking. Het is niet alleen het verdampen van de waterbestanddelen maar ook het weggedrukt worden hiervan doordat de verfmoleculen zich aaneensluiten tot een gesloten laag. Hierin ligt dan gelijk het antwoord besloten waarom het onzin is om met een acryl onderschildering tijd te willen winnen bij het opzetten van een olieverfschilderij. Met een terpentijn verdunde onderlaag kun je ook na een week verder, dus wat is je tijdwinst? Ook moet men het mogelijk instabiele karakter van een olie-acryl combinatie niet te lichtzinnig opvatten. Dan de stelling dat acryl niet gevernist hoeft te worden. Alles waar je zuinig op bent bescherm je tegen invloeden van buitenaf. Een auto gaat in de was, je huis in de verf, je huid in de dagcreme enz. Dus waarom je schilderij niet beschermen met een slotvernis? Ik heb zelf ooit een werk verziekt door er rode wijn op te morsen. Dit was niet nodig geweest. Als ik dat werk van tevoren had gevernist was er niets aan de hand geweest en had ik hooguit alleen de vernislaag hoeven te vervangen. Nu zat de rode wijn tot in de porieën van mijn werk.Tot slot wil ik opmerken dat ook een prepareringsmiddel zoals gesso een acryldispersie is. Alleen door de grote hoeveelheid krijt hierin geld dan een andere termijn met betrekking tot de droogtijd alvorens begonnen kan worden met overschilderen. 24 uur is dan meestal wel voldoende. Dan kan ik niet na laten te waarschuwen tegen alle troep die bij branchevreemde zaken zoals drogisterijketens en 1 eurozaken verkocht worden. Zonde van je geld en van degene die jou werk moet kopen. Inferieure verfsoorten die de naam verf niet eens verdienen en goedkope snertdoekjes die alleen geschikt zijn om kinderen mee te laten werken. Een zichzelf respecterend kunstenaar gaat hieraan voorbij. Koop dan zelf een rol van tien meter linnen of katoen bij een kunstenaarsspeciaalzaak, dus niet bij de stoffenboer op de markt, en ga zelf opspannen. Dan weet je wat je hebt. En als je echt krap bij kas zit prepareer je een plaat mdf die je bij elke bouwmarkt kunt kopen. Maak het ding goed vetvrij met thinner of aceton impregneer de plaat met acrylbinder en zet er 4 lagen gesso overheen. Altijd nog beter dan een supermarktdoekje. Alles bij elkaar kun je dus concluderen dat goedkoop in bijna alle gevallen duurkoop betekent en eigenlijk alleen geschikt is voor studiedoeleinden. Dit geld voor doek, verf, vernis en penselen.

Ik hoop hiermee een kleine bijdrage te hebben geleverd aan het doorgeven van wat vakkennis m.b.t. het schilderen.

Vriendelijke groeten van Eric Terreehorst